Openmonumentendag 2004 gemeente Bunnik

 Programma
 2004
Introductie
Plaatselijk actuele invulling van het thema Merck toch hoe sterck
Werkhoven bezoeken
Overzicht activiteiten en openstellingen 2004

Openmonumentendag 2004, zaterdag 13 en zondag 12 september.

 Monumenten
 in Bunnik
Fort bij Rhijnauwen
Fort bij Vechten
Korenmolen, Rijn en Weert

 Landelijk
Openmonumentendag 2004, zaterdag 13 en zondag 12 september.

 Website archief
Website 2003
Website 2002

Open monumentendag 2004 in de gemeente Bunnik

Merck toch hoe sterck

'Monumenten van Verdediging' in Bunnik, Odijk, Werkhoven en Vechten

Datum: zaterdag 11 september 2004

Inleiding

Dit jaar wordt herdacht dat het 300 jaar geleden is dat de beroemde Nederlandse vestingbouwer Menno van Coehoorn stierf. Van Coehoorn (1641-1704) ontwierp een aantal vestingen, dat nu nog steeds terug te vinden is, zoals de Hoge Linie van Doesburg en de omwalling van Coevorden. De titel voor Open Monumentendag 2004, 'Merck toch hoe sterck' is afkomstig uit het bekende lied van Valerius' Gedenckklanck, geschreven rond 1600, dat bestaat uit een doorlopend verhaal en kaders. In het lopende verhaal wordt de geschiedenis van de verdediging van Nederland verteld. Al met al reden om Open Monumentendag dit jaar in het teken van de verdediging van Nederland te laten staan.

Fort bij Vechten, Bunnik   


Fort bij Vechten, Bunnik
Verdedigingswerken hebben de mens eeuwenlang beschermd tegen de altijd aanwezige vijand. Het eigen gebied moest behouden blijven op een zo eenvoudig mogelijke manier. Dat kon door er een muur omheen te bouwen of door het omringende land onder water te zetten, inundatie genoemd. Hoewel de Romeinen hier al stenen forten bouwden zoals fort Fectio in Vechten, waren de eerste Nederlandse vestingwerken erg eenvoudig: een aarden wal met een houten palissade en daaromheen een gracht. Gedurende de Middeleeuwen konden de stedelingen zich door hun grotere welvaart, een betere verdediging veroorloven. De ommuring bestond in die tijd uit een stenen muur met torens en stenen poorten, en was omringd door een enkele of een dubbele gracht, zoals bijvoorbeeld bij kasteel Beverweerd het geval was.

De grote bloeitijd voor de Nederlandse vestingbouw was de Gouden Eeuw. Nederlandse vestingbouwers namen in Europa een belangrijke plaats in: zij bouwden verdedigingswerken in Duitsland, ScandinaviŰ en Polen of er werd gebouwd naar Nederlands model, het zogeheten Oud Nederlandse stelsel. Dit stelsel werd ontwikkeld aan het einde van de zestiende eeuw en betekende een briljante vondst voor vestingen in vlak of bijna vlak land met voldoende water, omdat het land rond de vesting dan onder water gezet kon worden. De wallen en bastions bestonden altijd alleen uit aarde: dit materiaal was goedkoop, gemakkelijk te bewerken en geschikt voor brede lage wallen. En wie een wal opwerpt, krijgt een gracht gratis. Een andere manier van verdedigen was door middel van aaneengesloten linies hele delen van het land onder water te zetten.
Fort bij Rhijnauwen, Bunnik (foto ComitÚ OMD Bunnik)   


Fort bij Rhijnauwen, Bunnik
(foto ComitÚ OMD Bunnik)
De belangrijkste van de vele linies in Nederland was de Nieuwe Hollandse Waterlinie, aangelegd vanaf 1815 met Fort Rhijnauwen als grootste fort. Het laatste verdedigingswerk in Nederland dateert uit de beginjaren van de Koude Oorlog: de IJssellinie, waar nog tot 1964 aan is gewerkt. Deze waterlinie ligt tussen Nijmegen en Zwartsluis en moest een Russische invasie vertragen. Met deze waterlinie is het tijdperk van de verdedigingswerken afgesloten, want door het inzetten van tanks en vliegtuigen, zijn forten, kazematten (overwelfde bomvrije ruimte met schietgaten in de wal van een verdedigingswerk) en inundaties overbodig geworden.

Voor de verdediging in ons land zijn in de loop der tijd grote ingrepen gedaan die hun stempel op de steden en het landschap hebben achtergelaten. De bouwwerken zijn vaak groot van formaat en van zware kwaliteit: ze zijn zo stevig gebouwd, dat ze ook na hun militaire gebruik nog heel lang meegaan. Overal zijn deze ''Monumenten van Verdediging'' nog te vinden, sommige nauwelijks te herkennen, andere overduidelijk. Zo zijn in de Kromme Rijnstreek nog sporen te vinden van de Romeinse rijksgrens (limes), middeleeuwse versterkte woontorens, forten, woningen uit de Kringenwet en betonbunkers uit de tijd van de mobilisatie van 1914-1918.



Technische realisatie en hosting: J. de Klein, www.internetdiensten.net



Aannemersbedrijf, Sondervan BV
Rabobank, Kromme Rijn

.